La bibliothèque numérique kurde (BNK)
Retour au resultats
Imprimer cette page

De onafhankelijkheidsdroom van de Koerden Illusie of realiteit?


Auteur : Chris Kutschera
Éditeur : Koerdisch instituut te Brussel Date & Lieu : 1999, Brussel
Préface : Danielle Mitterrand Pages : 360
Traduction : Paul Vanden Baviere ISBN :
Langue : NéerlandaisFormat : 140x210 mm
Code FIKP : Liv. Dud. Kut. Ona. N°298Thème : Général

Présentation
Table des Matières Introduction Identité PDF
De onafhankelijkheidsdroom van de Koerden Illusie of realiteit?

De onafhankelijkheidsdroom van de Koerden Illusie of realiteit?

Chris Kutschera

Koerdisch Instituut te Brussel


De Koerdische kwestie bljjft een open wonde. Van tijd tot tijd, als er grote crisissen zun, komt ze op onze TVschermen. Maar in een tijd dat men zapt en alles snel voorbijgaat, hebben we meer dan ooit behoefte aan studies die gebaseerd zijn op nauwkeurige informatie en solide documentatie. Studies die onze ideeen verrijken en de basis kunnen vormen van onze actie. We beschikken over maar weinig werken in het Nederlands over het Koerdische probleem. Degene die er zijn dekken meestal niet de recente periode, die bijzonder rijk is aan gebeurtenissen. Het ontbreekt de Nederlandstalige lezer dus momenteel aan referentiewerken om de Koerdische actualiteit te kunnen volgen. Dit wil zeggen dat dit werk een leemte vult en aan een reele behoefte voldoet.
Chris Kutschera beschikt over informatie uit de beste bronnen. Hij kent de voornaamste acteurs van de hedendaagse Koerdische geschiedenis persoonlijk en reisde de voorbije twintig jaar geregeld naar de regio. Hij brengt ons een breed panorama van de Koerdische geschiedenis zoals ze er vandaag uitziet, met haar strUcl, haar hoop, haar mislukkingen en haar drama's.

ledereen die zich om de ene of de andere reden aan het Koerdische yolk en aan zgn geschiedenis interesseert, zou dit zeer nuttige werk moeten lezen. Net zal hen toelaten te begrijpen waarom de Koerdische geschiedenis nu in het centrum van de actualiteit staat.



VOORWOORD

Ze noemen mij de „moeder van de Koerden”. Gewoonweg omdat ik, tijdens de lange jaren dat hun drama verborgen werd gehouden, getracht heb hun stem te laten horen.

Het is nu al bijna vijftien jaar geleden dat ik mij beter bewust werd van het bestaan van dit door de media vergeten volk. Dat heb ik te danken aan enkele intellectuelen die ik met genoegen en uit nieuwsgierigheid in Parijs ontmoette. Dankzij hen heb ik met passie de zo rijke en oude cultuur van de Koerden ontdekt. Met enkelen hebben we de oprichting gesteund van een „Koerdisch cultureel instituut" in Frankrijk. Geleidelijk aan heb ik, door informatie uit diverse bronnen, de omvang van de vervolging van dit volk beginnen te begrijpen. Of het nu in het Irak van Saddam Hoessein, in de door de generaals gedomineerde Turkse democratie, in het Iran van de ayatollahs of in het Syrië van generaal Assad is. De zeer vele getuigenissen lichtten mij in over de pogingen tot uitroeiing van dit volk, dat zich gedwongen ziet te vluchten wegens de vernietiging van zijn steden en dorpen. Ze leerden mij van de gasaanval op Halabja, van de ontbladering van de bossen, van het bestaan van interneringskampen voor verplaatste of door de repressie geterroriseerde boeren.

Zij die de moed hadden deze feiten aan de kaak te stellen namen grote risico's. Hun getuigenissen en hun vragen erbij brachten hen in de gevangenis. Sommigen van hen zitten er nog altijd in. Anderen vielen door de kogels van de doodseskaders. Vandaar dat een vrije, bekende persoon hun taak moest ovememen en hun woordvoerder worden bij de internationale publieke opinie. Sterk bewogen door de nood van het Koerdische volk, heb ik aanvaard die taak op mij te nemen. Voor mij hebben anderen het geprobeerd. Enkele diep verontwaardigde personen en bepaalde NGO's trachtten al jaren de verdediging van dit geteisterde volk op zich te nemen. Maar ze moesten optomen tegen machtige belangen en tegen het zogenaamde „staatsbelang”, zodat ze slechts door een beperkte groep van verdedigers -van de mensenrechten werden gehoord.

Heeft mijn unieke situatie als echtgenote van het Franse staatshoofd de media het voorwendsel gegeven om de „steen in de kikkerpoel" te gooien? Het is in elk geval zo dat zij, sedert ik in april 1989 een bewogen reis naar Turkije maakte om de uit Irak vluchtende Koerden te ontmoeten, het martelaarschap van dit volk beter hebben doen kennen.

Van Bush tot Gorbatsjov, van Kohl tot de Europese parlementsleden heb ik zonder omwegen over de Koerden gesproken. Het is voor niemand van de groten van de wereld nog mogelijk van niets te weten. Ik heb toen begrepen dat onze ambassades, die erop bedacht zijn goede relaties tussen de regeringen tot stand te brengen en de economische uitwisselingen te bevorderen, de neiging hebben discreet te blijven wat de schendingen van de mensenrechten betreft - hoe ernstig en massaal die ook zijn - als er commerciële belangen op het spel staan. Mijn gesprekspartners stonden dan ook perplex door het contrast tussen mijn versie en de officiële informatie van de kanselarijen. Maar er waren de Golfoorlog en de erop volgende Koerdische exodus nodig om de tragedie van de Koerden echt te doen doordringen tot het publieke geweten.

De daaropvolgende gebeurtenissen, zowel in Irak als in Turkije, laten nauwelijks twijfel bestaan over het belang van de Koerdische kwestie voor de vrede en stabiliteit in het Nabije Oosten. De kwestie gaat ons Europeanen ook aan, omdat er ten gevolge van de oorlogen, de repressie en de miserie verscheidene honderdduizenden Koerden in de landen van de Europese Unie leven. Ze zijn in zekere zin onze buren geworden en vestigen onverdroten, door allerhande acties, onze aandacht op het lot van hun volk.

De Koerden staan ook dicht bij ons door hun verlangen naar echte democratie. Hun verlangen naar eerbied voor hun waardigheid en hun culturele identiteit zou in zo'n kader kunnen worden voldaan. Hoeveel merkwaardige mannen en vrouwen heb ik niet gekend die onvermoeibaar over democratie praatten zonder ooit een wijziging van de huidige staatsgrenzen te eisen? Ik denk aan Iraanse kant aan Ghassemlou die in 1989 in Wenen werd vermoord; aan Turkse kant aan Leyla Zana, Koerdisch parlementslid, die sedert 1994 in de gevangenis zit en tot vijftien jaar opsluiting werd veroordeeld, maar ook aan grote schrijvers zoals Moussa Anter, die eveneens werd vermoord. Niettemin blijft de officiële versie luiden dat het om separatistisch terrorisme gaat dat moet worden geëlimineerd om de territoriale integriteit van Turkije te redden. Hoeveel oproepen tot vredesonderhandelingen werden er niet gelanceerd, die zonder uitleg door de regering in Ankara werden verworpen? Er bestaan drukkingsmiddelen. Alhoewel het een „niet-religieuze" democratie is, blijft Turkije onderworpen aan het almachtige leger dat een zeer goede klant is van onze bewapeningsindustrieën. Het Westen moet niet aarzelen te onderhandelen over zijn hulp, die overigens vele vormen kan aannemen.

Laten we nu kijken naai hun buren, de Iraakse Koerden. Na de verschrikkelijke beproevingen die op de exodus volgden, kwamen er via verkiezingen een parlement en een regering. Ze droomden ervan hun jonge democratie als voorbeeld te stellen voor de rest van het land. Helaas is het helemaal scheef gelopen omdat ze, tot stand gekomen in een verwoest land en in een vijandige regionale omgeving, door haar grote westerse zusters in de steek werd gelaten. En wij dragen er de gevolgen van.

De Koerdische kwestie blijft dus een open wonde. Van tijd tot tijd, als er grote crisissen zijn. komt ze op onze tv-schermen.
Maar in een tijd dat men zapt en alles snel voorbijgaat, hebben we meer dan ooit behoefte aan studies die gebaseerd zijn op nauwkeurige informatie en solide documentatie. Studies die onze ideeën verrijken en de basis kunnen vormen van onze actie. We beschikken over maar weinig werken in het Frans over het Koerdische probleem. Degene die er zijn dekken meestal niet de recente periode, die bijzonder rijk is aan gebeurtenissen. Het ontbreekt de Franse lezer dus momenteel aan referentiewerken om de Koerdische actualiteit te kunnen volgen. Dit wil zeggen dat dit werk een leemte vult en aan een reële behoefte voldoet.

Chris Kutschera beschikt over informatie uit de beste bronnen. Hij kent de voornaamste acteurs van de hedendaagse Koerdische geschiedenis persoonlijk en reisde de voorbije twintig jaar geregeld naar de regio. Hij brengt ons een breed panorama van de Koerdische geschiedenis zoals ze er vandaag uitziet, met haar strijd, haar hoop, haar mislukkingen en haar drama's.

Iedereen die zich om de ene of de andere reden aan het Koerdische volk en aan zijn geschiedenis interesseert, zou dit zeer nuttige werk moeten lezen. Het zal hen toelaten te begrijpen waarom de Koerdische geschiedenis nu in het centrum van de actualiteit staat.

Danielle Mitterrand



Inleiding

Er bestaat geen paradoxalere geschiedenis dan die van het Koerdische volk. De Koerden zijn sedert de Oudheid een afzonderlijk volk dat leeft in een welbepaald gebied met zijn taal, zijn cultuur, zijn godsdienst en zijn tradities. Vandaag zijn ze met meer dan 25 miljoen* maar toch blijven ze een volk zonder vaderland, een natie zonder staat. Terwijl de Verenigde Naties nieuwe landen toelaten die slechts enkele honderdduizenden inwoners tellen, zijn de Koerden er niet in geslaagd het „recht op zelfbeschikking van de volkeren”, dat volgens diezelfde Verenigde Naties een onderdeel is van de mensenrechten1, in hun voordeel te doen spelen. Een samenzwering van de geschiedenis? Of een tragische mislukking ten gevolge van zwakheden die eigen zijn aan het Koerdische volk? Maar vooreerst, wat is een natie? Hoe ontstaat ze? „Men kan zich geen anonieme natie bedenken”, schrijft de historicus Mare Bloei?: lang voor het ontwaken van de nationaliteiten in Europa, eeuwen voordat de woorden „Fransman”, „Engelsman”, „Duitser” werden gevormd, dook het woord „Koerd” al op bij de Griekse geschiedschrijvers, daarna bij de Arabische en Perzische.

De vijandschap tegenover de „vreemdeling”, een andere factor die sterk speelt in de ontwikkeling van een nationaal gevoel, heeft steeds in het voordeel van de Koerden gespeeld. Dit blijkt uit deze opmerking van de geograaf Abou Ishak al-Farsy, die in de 10de eeuw het volgende schreef: „De Koerden zijn lieden die in onze contreien wonen, maar die buiten de categorie van de menselijke soort vallen: men heeft fragmenten uit de hele wereld samengebracht, ze gekneed en er Koerden uit gevormd.” Het is inderdaad zo dat de Koerden anders zijn dan de volken rondom hen. Het zijn Ariërs die verschillend zijn van de Semitische Arabieren en de Mongoolse Turken. In overgrote meerderheid zijn ze soennieten. Daardoor onderscheiden ze zich van de Perzen, die ook Ariërs zijn, maar in religieus opzicht sjiieten.

Zonder zo ver te gaan als sommige auteurs die beweren dat „de taal de natie is", moeten we vaststellen dat de taal één van de bind middelen ...
 
* Bij gebrek aan statistieken kan men de volgende schattingen geven: 15 miljoen in Turkije; 6 miljoen in Iran; 4 miljoen in Irak; 1,5 miljoen in Syrie; 500.000 in de voormalige Sovjet-Unie.




Fondation-Institut kurde de Paris © 2021
BIBLIOTHEQUE
Informations pratiques
Informations légales
PROJET
Historique
Partenaires
LISTE
Thèmes
Auteurs
Éditeurs
Langues
Revues